Column Robert Hesen: De tennissport kan wel wat rafelrandjes gebruiken
In dit artikel:
Daniel Evans heeft deze week op Wimbledon zijn laatste officiële wedstrijd gespeeld. De 36-jarige Brit, voormalig nummer 21 van de wereld in het enkelspel, sloot daarmee een carrière af waarin hij twee ATP-titels won, in 2015 deel uitmaakte van het Britse Davis Cup-team en in 2021 zelfs Novak Djokovic versloeg in Monte Carlo.
Evans werd vooral gewaardeerd om zijn onorthodoxe stijl: geen pure krachtpatser, maar een slimme speler met slice, dropshots, handig netspel en veel variatie. In een tenniswereld die steeds meer draait om harde services en zware baseline-rally’s, gold hij als een zeldzaam type dat met creativiteit en onverwachte oplossingen tegenstanders uit hun comfortzone haalde.
Zijn loopbaan kende ook een rauw randje. In 2016 zat hij een jaar aan de kant na een positieve cocaïnetest, en zijn uitgesproken karakter leverde regelmatig frictie op. Toch werd hij ook gezien als oprecht en fanatiek, iets wat Andy Murray eerder treffend omschreef.
Op Wimbledon kreeg Evans geen wildcard voor het enkelspel vanwege zijn lage ranking. Zijn laatste optreden was daarom een dubbelpartij op baan 15 met de 20-jarige Henry Searle, die hij ook coacht. Die wedstrijd ging verloren, maar na afloop werd Evans warm uitgezwaaid door het publiek. Dat contrast vat zijn afscheid goed samen: niet op het hoofdpodium, maar wel als speler met een eigen signatuur en een nalatenschap van flair, lef en karakter.
De Oranjezomer: Jan Slagter blijkt groot fan van tv-programma De Bondgenoten: ‘Ik vind dat zó fascinerend!’