Column: Ontneem tennissers het 'demonstratierecht'

zondag, 4 januari 2026 (21:10) - Tennisnieuws.nl

In dit artikel:

De Nederlandse nummer één Tallon Griekspoor en wereldtopper Aryna Sabalenka waren recentelijk betrokken bij controversiële demonstratiewedstrijden die vragen oproepen over ethiek en reputatie in het tennis. Griekspoor trad in november aan tijdens een exhibition in Sint-Petersburg, terwijl Sabalenka eind december deelnam aan de “Battle of the Sexes” in Dubai tegen Nick Kyrgios.

Griekspoor combineerde een familiebezoek aan zijn in Rusland wonende partner met deelname aan het Russische evenement. Dat toernooi telde Gazprom als sponsor, het door de staat gesteunde energiebedrijf dat mede wordt gelinkt aan de financiering van de oorlog in Oekraïne. Toen een journalist hem daarop wees, ontkende Griekspoor dat Gazprom zijn prijzengeld had uitgekeerd; zijn verklaring dat hij “nog zes tot acht jaar heeft om geld te verdienen” maakte duidelijk dat financiële motieven zwaar meewegen. Ook reageerde hij afwerend op een waarschuwing van demissionair minister van Buitenlandse Zaken David van Weel en prees hij Sint-Petersburg luidkeels, waarmee hij onbedoeld toerismepromotie voor de stad deed. Critici zien zijn optreden als een voorbeeld van sportswashing: persoonlijke financiële belangen en PR gaan boven politieke en morele verantwoordelijkheden.

In Dubai leverde de confrontatie tussen Kyrgios en Sabalenka niet alleen sportief teleur: Kyrgios won met 6-3, 6-3, maar de opzet van de wedstrijd riep morele vragen op. Sabalenka speelde bijna de hele wedstrijd op een baan die 9% kleiner was dan die van Kyrgios, waardoor de confrontatie oneerlijk en voorspelbaar werd. De voorstelling riep herinneringen op aan de legendarische Billie Jean King–Bobby Riggs-match uit 1973, maar in plaats van vooruitgang leverde deze editie volgens critici een afbreuk aan het imago van het vrouwentennis en voedde ze argumenten tegen gelijke betaling. Kyrgios zelf heeft een geschiedenis van seksistische uitspraken, wat de keuze voor hem extra omstreden maakte. Het managementbedrijf Evolve, dat beide spelers vertegenwoordigt, stelde dat er geen betaling plaatsvond — een claim die velen als ongeloofwaardig bestempelen.

De gebeurtenissen illustreren volgens de betrokken columnist een breder probleem: in een individualistische sport als tennis wegen persoonlijke kansen op winst en aandacht zwaarder dan collectieve morele overwegingen. Demonstratiewedstrijden, vaak gezien als onschuldige bijzaak, kunnen zo snel instrumenten van reputatiebeheer en verdienmodel worden — met schadelijke bijeffecten voor de sport en haar publieke beeld.

Als reactie pleit de schrijver voor strengere grenzen rond exhibition-wedstrijden, tot en met het intrekken van het “demonstratierecht” voor spelers die daarmee mede bijdragen aan sportswashing of het ondermijnen van de positie van vrouwentennis. Zonder zulke maatregelen blijft volgens hem het moreel kompas van individuele spelers bepalend — en niet altijd in het belang van de sport.